Umbraco vs Strapi: .NET headless of Node headless?
Twee volwassen open source headless CMS'en, twee compleet verschillende stacks. Wanneer kies je de .NET-route van Umbraco en wanneer de Node-route van Strapi - en hoe beslis je dat zonder een week kwijt te raken aan feature-tabellen.
Het korte antwoord
Strapi en Umbraco zijn allebei volwassen headless oplossingen, maar ze beginnen vanuit een totaal ander vertrekpunt. Strapi is Node-first, JavaScript overal, en bouwt op REST en GraphQL als de natuurlijke standaard. Umbraco is .NET-first, C# overal, en biedt headless via Heartcore of de Delivery API op een traditioneel CMS-fundament dat al meer dan vijftien jaar verder is.
De keuze gaat zelden over features. Het gaat over je team, je hosting en de onderhouds-realiteit van de komende drie jaar. Heb je een ingericht .NET-team, een Azure-omgeving en redacteuren die structuur gewend zijn? Dan is Umbraco zonder veel discussie de logische route. Heb je een Node-stack, een React- of Next-front-end en developers die liever in JavaScript denken? Dan past Strapi beter bij wat er al staat.
In onze headless praktijk krijgen we deze vraag elke week wel een keer. Hieronder leggen we de afweging eerlijk uit, zonder de evangelisatie die je op vendor-blogs leest.
Wat is je echte vraag
Voordat we de platforms tegen elkaar afzetten: stel jezelf één vraag eerst. Bouw je een product waarin het CMS het middelpunt is, of bouw je een front-end waarin het CMS één van de databronnen is?
Als content je core-asset is — denk aan kennisbanken, mediasites, marketing-platforms — dan wil je een CMS dat redacteuren als eerstegradeburgers behandelt. Workflows, versies, scheduling, meertaligheid, fijnmazige rollen. Umbraco loopt hier voorop. Strapi heeft de basis op orde, maar mist nog finesse in redactionele tooling.
Als content vooral input is voor een product — SaaS-dashboards, productcatalogi, configuratie-data — dan is een lichter content-systeem genoeg. Strapi schittert hier: snel scaffolden, JSON eruit, klaar. Geen drie weken document-types modelleren voordat de eerste pagina staat.
De stack-vergelijking
Laten we de pure stack-feiten naast elkaar leggen voordat we de zachte argumenten erbij halen.
Onder de motorkap zit ook een filosofisch verschil. Strapi behandelt content als een data-laag voor je app; Umbraco behandelt content als een redactioneel product op zichzelf. Dat verschil hoort terug in elke vergelijking hieronder.
Beide platforms zijn open source. Strapi werkt met een MIT-licentie en een Enterprise Edition voor advanced features zoals SSO, audit logs en content history. Umbraco heeft een MIT-core met commerciële uitbreidingen (Forms, Workflow, Deploy) die je los bij koopt — precies hetzelfde verdienmodel, andere doos.
Voor hosting kies je bij Strapi typisch zelf: een Node-runtime op Heroku, Render, AWS of Vercel-edge. Bij Umbraco draai je op IIS of Kestrel, op Azure of Umbraco Cloud, of op een willekeurige Windows- of Linux-host. Beide doen prima werk; de keuze volgt vaak je bestaande infrastructuur.
Strapi is headless-only. Umbraco is van origine traditioneel met een uitstekende headless-laag erbovenop. Voor teams die in de toekomst ook een redactionele preview, een server-rendered marketing-site of een Razor-component willen toevoegen, geeft die hybride aanpak ruimte. Bij Strapi blijft het CMS strikt een API — geen weg terug.
Developer-ervaring en ecosysteem
Strapi voelt voor een Node-developer als thuiskomen. Een generate-commando bouwt content-types, schrijft de migraties en biedt direct een GraphQL-endpoint. De plugin-architectuur is volledig JavaScript. Tweaks doe je in TypeScript-files die je toch al kunt lezen.
Umbraco voelt voor een .NET-developer als een goed geoliede toolbox. Je werkt met sterk getypeerde modellen via ModelsBuilder, je hebt LINQ over content en je kunt Razor- of Blazor-views direct in dezelfde solution opnemen. uSync zorgt voor reproducibele content-models via Git. De plugin-architectuur leunt op MVC- en DI-patronen die je al kent.
De Strapi-community is kleiner maar groeit hard. Het ecosysteem is jonger; je vindt minder kant-en-klare plug-ins, maar het bouwen ervan is laagdrempelig. Umbraco heeft een community die al meer dan een decennium oplossingen accumuleert. Umbraco-ervaring vinden is in Nederland aanzienlijk makkelijker dan Strapi-ervaring — dat scheelt bij elke open vacature.
Voor redacteuren wordt het verschil het grootst. Het Umbraco-backoffice is uitgebreid en op redactionele workflows ontworpen: Block Grid voor visuele layout, varianten voor meertaligheid, audit trails, scheduled publishing, granulaire permissies. De Strapi-admin is functioneel en strak, maar simpeler. Voor teams van vijf redacteuren prima. Voor teams van vijftig met goedkeuringsstromen wordt het krap.
Wanneer Strapi de betere keuze is
Drie scenario's waarin we zelf zonder twijfel Strapi zouden voorstellen:
Een Node-team dat al in productie draait. Als je infra, deployment-pipelines en monitoring rond Node zijn opgebouwd, is een tweede stack erin trekken vragen om frictie. Strapi past in wat er staat.
Een product met simpele content-behoefte. Een SaaS-applicatie waarbij het CMS hooguit knowledge-base-artikelen, marketing-pagina's en wat configuratie levert. Geen workflows, geen vertaalmolen, geen redacteuren die in tabs leven.
Een front-end-team dat full control over de API wil. Strapi geeft je eigenhandig de GraphQL-schema en de REST-routes; je tweakt ze in JavaScript en bent klaar. Voor teams die de back-end als verlengstuk van de front-end zien is dat ideaal.
Het beslissingspad in vier stappen
Een vergelijking lezen is leuk, maar je hebt een beslissing nodig. Dit is hoe wij het zelf doen in een eerste sessie met een nieuwe klant:
-
Wat is de stack die je team al beheerst? Welke developers neem je aan in jaar twee? Beide platforms vragen specialisten, en specialisten van de verkeerde stack zijn duur. Begin hier, niet bij features.
-
Zet de drie tot vijf belangrijkste content-types op papier. Hoeveel velden, hoeveel relaties, vertalingen, versies, goedkeurings-flow? Als je op drie of meer onderdelen 'ja' antwoordt, neigt het naar Umbraco. Als je op drie of meer onderdelen 'nee' antwoordt, is Strapi licht genoeg.
-
Wat draait er al? Azure of AWS, Windows of Linux, Cloud-managed of self-hosted? Reken de eerste drie jaar door inclusief licenties, hosting, monitoring, security-patches en developer-uren. Een eerlijke TCO geeft vaak een ander antwoord dan een feature-vergelijking.
Met deze drie checks — team, model, kosten — klap je de keuze meestal in drie tot vijf dagen dicht. Een wezenlijk verschil met het traditionele 'we vragen drie offertes aan en kiezen de goedkoopste', die je achterlaat met een platform dat niet bij je team past en pas in jaar twee zichtbaar pijn doet.
Welke kies je dan
Als je het echt simpel wilt: ben je een .NET-organisatie met redacteuren die het backoffice serieus gebruiken, kies Umbraco. Ben je een Node-organisatie met developers die de API zelf willen vormgeven, kies Strapi. In alle randgevallen is de hosting-realiteit, het beschikbare talent en de complexiteit van je content-model de doorslag.
Eén ding nog: bij De Codebrouwerij doen we Umbraco, geen Strapi. Dat is je waarschuwing en je context tegelijk. We hebben Strapi-projecten van anderen overgenomen en weten waar het schuurt, maar ons specialisme ligt bij de .NET-route. Voor wie daar past is dat een voordeel; voor wie Strapi nodig heeft kunnen we eerlijk adviseren waar het wél thuishoort.
Twijfel je nog welke kant je op moet? Lees meer over onze headless-aanpak of neem direct contact op. We doen vrijblijvend een eerste stack-sessie en zeggen het je eerlijk — ook als het antwoord 'kies Strapi' is.